Kwaliteitsbeheer binnen de FAGT

Leden van de FAGT kennen een strenge selectie, zetten zich op vele manieren in om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen en voldoen aan verschillende kwaliteitscontroles.

De FAGT staat garant voor het niveau van de aangesloten therapeuten.

Aanname van nieuwe therapeuten geschiedt volgens vooraf vastgestelde en controleerbare richtlijnen: Een volwaardig lid van de FAGT heeft een beroepsopleiding op hbo-niveau gevolgd welke geaccrediteerd is door een erkend accreditatie-instituut. Bovendien heeft deze een diploma MBK/PsBK volgens PLATO-termen, zoals aangegeven in het huishoudelijk reglement Artikel 1

Aannamebeleid

Om lid te worden van de FAGT dient het kandidaat-lid:

a. Over de juiste (CAM) diploma’s te beschikken zoals beschreven in het Reglementenboek, Hoofdstuk 1, Artikel 8
b. Over een MBK en/of PsBK diploma (PLATO-termen) te beschikken
c. Een individueel gesprek aan te gaan met de toelatingscommissie
d. Een externe digitale startvisitatie uit te laten voeren
e. Gedetailleerde informatie is te vinden in het Reglementenboek, Hoofdstuk 1 en 2

Jaarlijks
Bij- en nascholing: minimaal 20 punten per jaar, 78 punten per 3 jaar

a. MBK/PsBK nascholing (6 punten p.j.)
b. Vakinhoudelijke bij- en nascholing
c. Intervisie
d. Gedetailleerde informatie is te vinden in het Reglementenboek, Hoofdstuk 8 en 9

5-jaarlijks
Elke 5 jaar dient een FAGT lid:

a. Een externe visitatie in de praktijk uit te laten voeren
b. Een VOG-verklaring te overleggen, welke door de FAGT digitaal wordt opgevraagd via Justis

Praktijkvoering

Een FAGT-lid dient praktijk te houden op een wijze zoals vermeld is in het Reglementenboek, Hoofdstuk 4.
Elke therapeut houdt een cliëntendossier bij zoals vermeld in het Reglementenboek, Hoofdstuk 5.

Extern kwaliteitsbeheer
In het kader van externe kwaliteitszorg is een klachtenregeling opgesteld. Daarnaast zijn de leden van de FAGT onderworpen aan het tuchtrecht zoals dat wordt gehanteerd door de TCZ.

Wet- en regelgeving
Alle FAGT-therapeuten voldoen o.a. aan de wkkgz wetgeving en zijn aangesloten bij een tuchtrecht instantie.
Voor gedetailleerde informatie, zie het FAGT Wet- en regelgeving CAM-therapeuten boek

Koepel
De FAGT is aangesloten bij de RBCZ

WKKGZ Klachten, geschillencommissie en tuchtrecht
FAGT leden zijn aangesloten bij Quasir en Zorggeschil.

De Klachtenregeling
De doelstelling van de klachtenregeling binnen de CAM-gezondheidszorg is het vertrouwen te herstellen tussen de therapeut en de cliënt met een klacht. De klachtenfunctionaris zal de klacht in behandeling nemen.
Leden van de FAGT zijn bij Quasir aangesloten, welke een klachtenfunctionaris kan leveren waar cliënten gratis gebruik van kunnen maken.

De Geschillencommissie
De geschillencommissie is een externe organisatie, welke is goedgekeurd door het ministerie van VWS. Cliënten kunnen sinds 2017 terecht bij Zorggeschil. Toegang daartoe geschiedt via Quasir.

Het Tuchtrecht
Het tuchtrecht dient om het vertrouwen in de kwaliteit van een beroepsgroep te garanderen. Dit is het onafhankelijke tuchtrecht voor beroepsbeoefenaren in de CAM-gezondheidszorg, dat voor de FAGT verzorgd wordt door de TCZ.

Het tuchtrecht biedt de mogelijkheid om een tekortschietende therapeut te corrigeren middels een sanctie.
De mildste sanctie is een berisping, bij ernstige situaties wordt een therapeut uit het register geschrapt.
Het voordeel van een tuchtrecht is dat kwesties die zich niet lenen voor een civiele of strafrechtelijke procedure veelal wel in het tuchtrecht aan de orde kunnen worden gesteld.


Kwaliteitsbewaking in het verleden

Ook in het verleden zijn therapeuten getoetst aan scherpe voorwaarden voordat ze werden toegelaten tot de FAGT. Hierbij zijn de vereniging en haar therapeuten altijd meegegaan met de eisen die vanuit het werkveld (leden, koepels en zorgverzekeraars) gesteld zijn. In meerdere situaties heeft de FAGT zich als progressieve vereniging scherpere regels opgelegd om de kwaliteit van CAM-therapeuten en hun praktijk verder te verhogen.

Opleidingen moesten geaccrediteerd zijn door de FONG of konden door de FAGT geaccrediteerd worden.

Opleidingen die in het verleden geaccrediteerd werden door de FAGT, moesten voldoen aan een aantal eisen. Deze eisen weken niet af van de eisen die door accreditatie-instituten aan een opleiding gesteld werden. De kwaliteit van de opleiding moest op hbo-niveau zijn. Dit wil zeggen dat de afgestudeerden aantoonbaar moesten voldoen aan de hbo-competenties die gelden voor iedereen met een hbo-diploma. Bij competentiegericht opleiden dient het leerplan te zijn opgebouwd vanuit de beroepspraktijk, niet rond de theorie.

(Competenties zijn beroepsbekwaamheden. Daarmee wordt een combinatie van kennis, vaardigheden en houdingen bedoeld. Deze combinatie is nodig om op een goede manier taken uit te voeren, situaties te analyseren, oplossingen te vinden en deze te realiseren op de werkplek).

Kenmerkend voor de aankomend CAM-therapeut is dat cliënten behandeld worden op fysiek, mentaal, emotioneel en energetisch niveau, welke elkaar in onderlinge samenhang beïnvloeden en waarbij wordt uitgegaan van een holistisch mensbeeld. De opleiding diende daarom holistisch van aard te zijn. Binnen de opleiding diende aandacht te zijn voor de samenwerking met zowel reguliere als CAM-gezondheidszorg.

In het verleden kon een opleiding een accreditatie ontvangen door de volgende zaken aan te leveren of in te laten zien:

  • Inzage in het totale leerplan, waarin tenminste de doelen en inhouden die geleerd moesten worden, stonden beschreven. De doelen verwoord naar competenties zoals hieronder genoemd
  • Het leerplan per jaar uitgesplitst
  • Urenverantwoording per leerjaar. De opleiding duurde minimaal drie lesjaren en bevatte minimaal 830 uren (in totaal), onderverdeeld in:
  • a. Contacturen : 600 uur
    b. Stages/oefenuren : 150 uur
    c. Intervisie-uren : 80 uur

  • Inzage in de opbouw van de opleiding, voor zover niet vastgelegd in het leerplan
  • Inzicht in het examenreglement, waarin stond aangegeven hoe competenties terugkwamen in de examinering
  • Inzicht in voorbeelden van tentamens en examens zoals die afgenomen werden
  • Uitleg hoe werd voldaan aan de medische basiskennis
  • Uitleg geven hoe vervanging van docenten werd geregeld
  • Brochure/studiegids van de opleiding
  • Alle aanvragen werden getoetst aan de criteria door de accreditatie commissie, welke specifiek belast was met deze taak. De commissie bezocht het opleidingsinstituut voor een inhoudelijk gesprek. Bij twijfel werd er geen FAGT-accreditatie afgegeven. Dergelijke FAGT-accreditaties diende elke 4 jaar verlengd te worden, waarbij niet elke opleiding de accreditatie behaalde door aanscherping van de accreditatie richtlijnen.

    Omdat deze gang van zaken enerzijds een grote tijdsinvestering vergde met zeer specifieke kennis van de accreditatie commissie van de FAGT en anderzijds de FAGT niet langer aan “eigen vleeskeuring” wilde meewerken, is besloten om aan opleidingen geen nieuwe FAGT-accreditaties af te geven. Opleiders is verzocht om accreditatie aan te vragen bij een van de daartoe erkende instellingen.

    De hbo-competenties

    a. Brede professionalisering: Dit wil zeggen dat de afgestudeerde aantoonbaar is toegerust met actuele kennis welke aansluit bij recente (wetenschappelijke) kennis, inzichten, concepten, onderzoeksresultaten en recente (internationale) ontwikkelingen in de beroepsgroep teneinde zich te kwalificeren voor:

    • Het zelfstandig uitvoeren van de taken als beginnend beroepsbeoefenaar
    • Het zelfstandig functioneren binnen een arbeidsorganisatie
    • Het vormgeven aan eigen professionalisering

    b. Multidisciplinaire integratie: integratie van kennis, inzichten, houdingen en vaardigheden van verschillende inhoudelijke vakdisciplines
    c. (Wetenschappelijke) toepassing: toepassen van uit onderzoek beschikbare inzichten, theorieën en concepten en onderzoeksresultaten bij vraagstukken waar afgestudeerden in hun beroepsuitoefening mee geconfronteerd worden
    d. Transfer en brede inzetbaarheid: toepassen van kennis, inzichten en vaardigheden in uiteenlopende beroepssituaties
    e. Creativiteit en complexiteit in handelen: definiëren en analyseren van vraagstukken waarvan het probleem op voorhand niet duidelijk is en waarvoor geen standaardprocedures van toepassing zijn
    f. Probleemgericht werken: het zelfstandig definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk, op basis van relevante kennis en (theoretische) inzichten, (nieuwe) oplossingsstrategieën ontwikkelen en toepassen en de effectiviteit van nieuwe oplossingen beoordelen
    g. Methodisch en reflectief denken en handelen: het stellen van realistische doelen, eigen werkzaamheden planmatig aanpakken en reflecteren op eigen beroepsmatig handelen, op basis van het verzamelen en analyseren van relevante informatie
    h. Sociaal communicatieve vaardigheden: communiceren en samenwerken een multidisciplinaire omgeving en het voldoen aan de eisen die het participeren in een arbeidsorganisatie stelt
    i. Basiskwalificering voor managementfuncties: eenvoudige leidinggevende en managementtaken uitvoeren
    j. Besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid: ontwikkelen van begrip betrokkenheid bij ethische, normatieve en maatschappelijke vragen in de beroepspraktijk